Wat we allemaal wel niet meemaken, de onthutsende gebeurtenissen met het Nederlandse team in Cadiz.

Het begon allemaal vrijdagavond, Joris vond een rups in de huiskamer. Eerst ontstond er paniek, maar daarna werd de rups ons nieuwe huisdier. Hij werd tot Jip gedoopt en in een plastic doos gestopt met een snoepje erin. Buiten vonden we er al snel nog één, Janneke genaamd. We lieten ze even buiten staan om een frisse neus te laten halen.

Een paar uur later riep Matthijs dat hij rare bultjes op zijn arm had. Dat moest Jip geweest zijn, want we hadden net gehoord dat de haren van onze huisdiertjes wel eens giftig konden zijn. Joris had ook ineens last van bultjes. En ik? Ik had nergens last van.

Zaterdag hadden de jongens nog meer bultjes over hun hele lichaam. Het jeukte heel erg. Ineens voelde Matthijs iets lopen en gaf het een klap. Het bleek een spin te zijn. “Er zitten spinnen in ons bed, ze hebben ons gebeten!” Jip en Janneke waren weer onschuldig verklaard.

Sindsdien hadden Joris en Matthijs last van een ernstige spinnenfobie en moest ik alle spinnen die hun pad kruisten uit de weg ruimen. Ondertussen hadden de jongens ook al contact met hun vaders gehad, die zich vanuit Nederland met de situatie gingen bemoeien. Matthijs kreeg een mailtje over bedwantsen, een soort van mijten die in je bed zitten en je bijten. Joris z’n vader dacht dat het vlooien waren. En ik? Ik had nog steeds nergens last van.

De volgende dag werd ik wakker gemaakt door het luidruchtige lawaai van m’n twee huisgenootjes. “Lisette, kom eens kijken! We hebben schurft!” Matthijs had weer een mailtje gehad van z’n vader, over iemand met een soortgelijk verhaal. Via via kwamen ze bij ‘Noorse schurft’ uit, waarbij op een gegeven moment je hand eraf viel van uitdroging. Ook alle andere huisjes werden snel op de hoogte gebracht van de nieuwe ondervindingen.

Ongerust gemaakt door alle rare verhalen en wilde ideeën, besloten de moeders de jongens de volgende morgen mee te nemen naar een apotheek. Ondertussen kwam Matthijs op het ludieke idee hun kamer vol te spuiten met zijn deo, ‘om de beesten te verdelgen’. Dus begon hij met het spuiten, terwijl Joris nog in de kamer stond en zowat vergast werd. Nadat Joris de kamer uit vluchtte, gooide Matthijs snel de deur dicht, “want het moest in trekken”. Ik kwam niet meer bij.

Aangezien hun slaapkamer nog steeds naar deodorant stonk, besloten de jongens een nachtje in de woonkamer te slapen. Dan zouden ze ook geen last meer hebben van hun onzichtbare beestjes. Hun slaapzakken hadden ze buiten al uitgeklopt. Ook gingen ze voor de zekerheid nog hun slaapkamer dichttapen, zodat de beestjes niet alsnog naar de woonkamer zouden komen.

Maandagochtend. Eindelijk beestjesvrij. Matthijs en Joris hadden deze nacht geen beestjes-attack gehad. De jeuk was ook minder geworden, alleen de bultjes waren nog te zien. Albertine ging vandaag met ze naar de dokter. Jammer genoeg kon deze dokter geen woord Engels, dus werd er gecommuniceerd met behulp van gebarentaal. Na een hoop gebaren heen en weer gewisseld te hebben, dacht de dokter dat het een allergische reactie op iets was. Hij gaf ze zalfjes mee, die zouden moeten werken.

Waren het enge Spaanse beestjes, of toch echt een allergische reactie?

Wordt vervolgd met meer onthutsende perikelen in het Nederlandse team.

Van uw verslaggeefster Lisette Schoots. (NED-93)

No related posts.